
Knalapparaat
Knalapparaat
Knalapparaten zijn gaskanonnen die harde knallen afgeven. De apparaten werken op propaan of butaan. U haalt de beste resultaten als u de knallen elke 3 tot 5 minuten af laat gaan. Er zijn ook modellen die dubbele knallen afgeven en modellen die met elke knal een aantal graden van richting veranderen. Zo wordt het geweer realistischer nagebootst.
Voor het gebruik van knalapparaten hebt u in bepaalde gemeenten een ontheffing in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening nodig. De apparaten mogen niet gebruikt worden vlakbij de bebouwde kom. Houd er rekening mee dat knalapparaten bij weidend vee schrik- en vluchtreacties kunnen geven.
Richtlijn BIJ12
- het tijdsinterval tussen de knallen mag maximaal 30 minuten bedragen
verder geldt:
- < 5 ha 1 knalapparaat
- > 5 ha minimaal 1 knalapparaat per 5 ha
- overig: verplaats de apparaten iedere 2 tot 3 dagen.

Vogelafweerpistool
Vogelafweerpistool
Een vogelafweerpistool bestaat meestal uit een standaard alarm- of startpistool, voorzien van een opschroefbare schietbuis. Met de schietbuis worden vogelafweerpatronen afgeschoten. Deze patronen ontploffen op een hoogte van 40 tot 60 meter (als knaller of giller, eventueel gecombineerd met lichteffecten).
Het vogelafweerpistool is een vuurwapen en valt onder de Wet Wapens en Munitie. Daarom hebt u een bijzondere machtiging van de korpschef van de regiopolitie nodig om er een te mogen bezitten en gebruiken. In sommige gemeenten is ook een ontheffing verplicht.
Richtlijn BIJ12
Het gebruik van een vogelafweerpistool is een arbeidsintensief, maar zeer effectief middel om vogels te verjagen.
- u moet de percelen minimaal tweemaal per dag controleren en eventuele aanwezige vogels verjagen;
- u moet er als grondgebruiker voor zorgen dat het gebruik van dit middel controleerbaar is; een ondertekende verklaring van de eigenaar van het vogelafweerpistool dat hij het middel bij u heeft ingezet, volstaat (eventueel moet u ook lege patronen of nota’s bewaren).

Kleppermolentjes – rammelblikjes
Kleppermolentjes/rammelblikjes
Zowel kleppermolentjes als rammelblikjes worden gebruikt om vogels uit boomgaarden en kleinfruitpercelen te verjagen. Kleppermolentjes worden door de wind aangedreven. U moet de molentjes op een paal monteren waarbij ze boven het gewas uitsteken. Nadeel van deze methode is een snelle gewenning. Bovendien werken ze niet als het windstil is.
Bij de zogenaamde rammelblikjes wordt een groot aantal rammelblikjes (bijvoorbeeld metalen blikjes met knikkers) opgehangen tussen de fruitbomen of –struiken. De blikjes worden vanuit een centrale uitkijkpost bediend door aan touwen te trekken. Het systeem dient overdag continu bemand te worden en is zeer arbeidsintensief. De methode is wel effectief omdat de verstoring alleen in de directe omgeving van de aanwezige vogels plaatsvindt. Hierdoor treedt nauwelijks gewenning op.

Ratels/krekels
Ratels/krekels
Ook handmatig aangedreven ratels en kleppers worden gebruikt om vogels uit boomgaarden en percelen met kleinfruit te verjagen. Omdat in de methode zowel een persoon nadert als lawaai wordt gebruikt, treedt minder snel gewenning op. Het is wel essentieel dat u de eerste vogels direct verjaagt, omdat ze anders andere vogels aantrekken (en grote groepen vogels zijn moeilijker te verjagen dan kleine groepjes). Daarna moet u de methode meerdere keren per dag herhalen. De methode is dus erg arbeidsintensief.
Het krekelsysteem bestaat uit een aandrijfkast met vier krekels (metalen buizen met schuin afgezaagde uiteinden en een as). De aandrijfkasten drijven de krekels met behulp van touwen en katrollen aan. Zware schakels aan de as slaan tegen de binnenkant van de metalen buis. Daardoor ontstaat een scherp ratelend geluid van 95-100 decibel. Met de tijdschakelaar kunt u de duur en de frequentie instellen.
Richtlijn BIJ12
- een krekelsysteem met vier krekels heeft een effectief bereik van circa 2 hectare, mogelijk meer;
- het krekelsysteem is nog in ontwikkeling en nog niet regulier verkrijgbaar.

Angstkreten
Angstkreten
Vogels kunnen gewend raken aan onnatuurlijke, harde geluiden (knalapparaat) wanneer deze geen reële bedreiging vormen. Daarnaast kunt u een knalapparaat niet overal inzetten in verband met geluidsoverlast voor de omgeving.
Voor het gebruik van geluidsbanden geldt dat vogels gealarmeerd kunnen worden door de natuurlijke angstkreten van vogels of de geluiden van roofvogels. Omdat iedere vogel voornamelijk reageert op de angstkreten van de ‘in nood verkerende soortgenoot’, is het zinvol als u juist de angstkreten afspeelt van de vogelsoort die de schade veroorzaakt of de kreten van zijn natuurlijke predator. Er zijn inmiddels complete systemen op de markt. Deze systemen zijn waterdicht, beschikken over meerdere luidsprekers en zijn programmeerbaar voor vogelsoort, het interval en de periode van de dag dat de angstkreten worden afgespeeld.
Ook bij het gebruik van geluidsbanden geldt dat gewenning op kan treden wanneer het middel te lang en niet onregelmatig ingezet wordt. Afwisseling en combinatie met andere preventieve middelen is natuurlijk ook hier zinvol.
Richtlijn BIJ12
- het hangt van de sterkte af hoeveel luidsprekers u nodig hebt; volgt u de voorschriften van de fabrikant/leverancier.

Schriklint/-koord
Schriklint/-koord en ritselfolie
Schriklint (ook wel bromlint of zoemlint genoemd) bestaat uit een speciaal lint dat langs perceelsranden of tussen gewasrijen wordt gespannen. Het gaat door de wind trillen en brommen. Schriklint wordt toegepast om vogelschade in kleinschalig teelten (kleinfruitpercelen, bloemen- en bloemzaadteelt) te voorkomen.
Ritselfolie bestaat uit een zeer lichte metaalfolie. U kunt stroken van deze folie met een soepel draadje ophangen aan spandraden, de afrastering of paaltjes.
De folie beweegt op de wind en maakt hierbij een ritselend geluid. Ook de weerkaatsing van het zonlicht op de folie werkt afschrikwekkend.
Richtlijn BIJ12
Schriklint:
- breng de linten over de gehele lengte of breedte van het perceel aan;
- zorg ervoor dat de onderlinge afstand tussen de linten maximaal 15 meter bedraagt.
Ritselfolie:
- hang de stroken folie op maximaal 10 meter uit elkaar.